18 June 2009

Ik was dus in Parijs

Glamour
Ik lig in het weelderige gras, het ruikt gemaaid en is van een bijna vergeten groen. Nouja, het is ook niet zomaar gras; het ligt op de doorkijk tussen Invalides en Grand Palais. Net kwam ik het hoekje omlopen en werd toch weer verrast door die prachtige koepel van de Invalides en het mooie glazen dak van het Grand Palais. Stapelwolkjes en gras doen me aan Nederland denken, en inderdaad is het zojuist bezochte Institut Néerlandais niet ver weg.
Maar daarom zit ik hier niet echt, hoewel het niet tegenvalt om even te hangen, dat moet je toch wel doen soms, hangen, tijdens bezoek in een wereldstad, al doe ik het misschien soms wel te vaak.
Nee, ik zit hier dus omdat ik de statige strook gras deel met een vrouw die hier al eerder zat dan ik. Ik liep namelijk nog op het trottoir en zag die vrouw zitten, omgeven van tassen. Ze greep mijn blik omdat ze al zittend haar onderbroek aan het uittrekken was - mensen met campingervaring of een seksleven weten dat dat een lastige onderneming is, onopvallend is anders.
Ze schoof hem, vleeskleurig, zo naar beneden, terwijl ze om zich heen keek of er niet mensen waren die naar haar keken, zoals ik, of zoals de politie met petten als koektrommels. Dat zelfbewustzijn duidde op schaamte. Zo interpreteerde ik het althans, en, zo ook mijn theorie, dat onderscheidde haar van sommige zwervers die de schaamte allang voorbij zijn.
De vrouw zit zich inmiddels lekker te wassen met wat water uit een coca-cola flesje. Hop, daar verdwijnt het water tussen de benen en hop, een andere, witte, slip gaat aan. Ook de jurk, die er inderdaad wat warm uitziet, wordt verruild voor een wat meer aan het weer aangepast hemdje. Na een wasbeurt van de ledematen is het flesje leeg, en ook dit wordt omgeruild, en wel voor een fles wijn. De wijn belandt in een plastic bekertje en nu kan de vrouw weer opgaan in de-mensen-die-in-het-gras-zitten. Zelfs een nieuwsgierig aagje als ik zal niets opmerkelijks meer aan haar ontdekken. Dus ga ik de gouden beelden op de brug maar bewonderen.

Maar wat is dit nu? Het verhaal krijgt nog een onverwacht vervolg, maar geen plotwending. Een man is op het gras nedergezegen. (Behalve ons drie zitten er een groep keuvelende studenten, een vunzend paartje in stralend witte t-shirts en bierdrinkende mannen.)
De man heeft een ontbloot bovenlichaam en een bijpassend kaal hoofd. Hij heeft zijn schoenen uitgetrokken en...gaat zijn teennagels knippen! De vrouw zit enkele meters van hem af en volgt zijn voorbeeld. Twee handen pulken aan tien tenen en opeens voel ik hoe heet mijn eigen voeten het hebben. Ik maak me dus maar toepasselijk uit de voeten. De vrouw schenkt nog een glaasje wijn in, de man pulkt nog even aan zijn schouder en ik dompel me weer onder in de stad.

Dit is geen officieel park, dus hoewel er vele toeristen passeren, denken die er niet over om in dit exquisiete gras te zitten. Menig park steekt schril af tegen deze groene overdaad en het weidse statige uitzicht dat het biedt.
Ik weet hoe toeristen denken: ze zijn meer van het aandoen, het geweest-zijn, het bezoeken, van het hot en het her. Ze letten op waar ze heengaan en bewonderen hun bestemming, maar niet wat daartussen ligt.
Even op een ongenoemd stuk zitten en van daaruit details zien hoeft niet zo. Dat is dorps, dat hoort niet bij de stad, vinden ze. Die dorpsmentaliteit laat dan ook dingen zien die niet in het stadsgidsje en de vergaarde informatie passen. Het brengt dingen naar boven, net als je die in een dorp wel móet zien. Met een stadsblik een dorp verkennen is wat saai, want dan ben je gauw klaar.

1 comment:

Nelleke said...

Hé, over dit voorval had je me nog niet verteld! Interessant om te lezen.