03 March 2010

Zondag in de stad

Ook in Rome, waar het af en toe best koud wordt (en zelfs sneeuwde voor het eerst in zo'n 25 jaar!), zijn er de eerste warme dagen van het nieuwe jaar. Als goede Noord-Europeaan moet ik dan op een terras zitten om in de zon koffie te drinken.
Gelukkig krijg je een glaasje water bij je caffè macchiato, zodat je terrastijd met een aantal slokken wordt verlengd. Ik probeer er een boek bij te lezen maar word daarbij gehinderd door een groep Amerikanen, die zo luid praten dat ik onvermijdelijk afgeleid word. Het feit dat één van hen met een kat op schoot zit helpt er ook niet bij. Het in een groen tuigje gehesen dier hijgt amechtig; de zon brandt op zijn lange zwarte vacht, zijn tong glijdt snel in en uit zijn geopende bek. Een kat die het heel warm heeft. Zijn ogen schieten nerveus heen en weer naar de rondscharrelende duiven, maar hij maakt geen aanstalten er werk van te maken. Het dier straalt tegelijkertijd gelatenheid en nervositeit uit. Een glas witte wijn en hapjes zweven boven zijn hoofd. Een jongetje spuugt dure versgeperste sinaasappelsap op een duif. Een plakkerig tafereel.
Het boek blijft dus opengeslagen maar echt lezen kan ik niet. Het is Wieringa's Joe Speedboot van de bibliotheek. Een lezer vóór mij heeft er dingen in onderstreept en omcirkeld en vraagtekens gezet. Meer dan de inhoud van het boek boeien mij nu de onduidelijke criteria van de aantekeningen. Het enkele vraagteken bij een woord begrijp ik nog wel, wat betekent hoantie eigenlijk? Dan zijn er de cirkels. Gierpont, bochtaker, neuslastig. Mooie, bij de lezer (een Nederlander die al langer in Italië woont) in de vergetelheid geraakte woorden? De onderstrepingen geven passages die de lezer tot nadenken stemden, of die hij/zij mooi vond weer. Inteeltkoppen, mottenseks, zo geel als de kalknagel op pa's grote teen, de onverstoorbaarheid van een fietsenmaker, hondse trouw, ordeloze wolken kieviten, oudedagsvoorziening. ...als een deel van jezelf dat je liever niet onder ogen zou willen zien. ...morgen en gisteren waren er allebei niet... Misschien heeft ze wel een hart, maar bewaart ze het op duizend plaatsen.
Een boek door de ogen van een ander lezen. Een kat als hijgend accessoire te midden van hapjes en wijn. Tikkende nageltjes in een plasje sap. De slok koffie is genomen, ik betaal en het is zondag in de stad.

21 February 2010

Goede dingen

Voor diegenen die dat gemist hadden, hier vindt u ander werk van mijn hand.

Mijn korte verhaal "Lopen in de nacht" op cultureel tijdschrift De Optimist.

Mijn artikel over de wolf en de mens in Abruzzo, in het Italiaans, in de Italiaanse National Geographic:

Ik heb talloze andere ideeën die ik hoop te publiceren. Eerst nog een interview afmaken voor het hardcore punk fanzine Pipermus!

17 February 2010

Kattengedichten

Ik ben weer thuis. Moet mijn leven hier weer oppakken. Ga meer bijles geven (maar veel is het nog niet), een interview schrijven voor http://twitter.com/YoYntl, de afgelopen reis afronden, etcetera.

En ik wil meer schrijven. Geheel spontaan heb ik een nieuwe categorie gevonden, met een onuitputtelijke bron. Die twee harige vriendjes die mijn geld in de vorm van brokjes eten, dat even later stoicijns uitschijten, overal haren achterlaten, me 's nachts in de tenen bijten, me kwijlend beknuffelen als zíj dat willen.... Kattengedichten. U, trouwe danwel kritische lezer, mag het zeggen: cheesy of wel aardig? Staat mij een gloorrijke toekomst te wachten als Kattendichteres des Vaderlands? (Ik schrijf ze op twitter, dus lang zijn ze niet)

1
opdringerig ben je/je duwt je lichaampje aan het mijne/een spits nat mondje van genot/langzaam glijd je af/bovenop de paperassen


2
teder bemind door jou/een witte waas op mijn kleren/en een druppel speeksel op de mouw

3
kom op / de wereld ligt aan je witte pluizige voeten / al laten die een nat spoor / en blijft de deur gesloten




14 February 2010

De laatste etappe

Zondagmiddag in Berlijn. Morgen vlieg ik naar het zuiden. Ik heb er weer zin in.

Omringd door mensen is er het niet geheel paradoxale gevoel van wringende eenzaamheid in de buik. Bijna schril steken de sociale clichés tegen elkaar af. Mensen verstoppen zich hier achter het weer, drukte, en je voelt je in de steek gelaten zo gauw je iemand ontmoet. Bij toevallige ontmoetingen wordt er zoals gewoonlijk weggekeken. Eindig, verder gaand. Net als ikzelf; ik heb me een avond en een dag in de grote hippe stad gegund waar massa's heenvliegen om er lol te hebben. Ik sluit me op in cafés en verschuil me achter vermoeidheid. Te lang door besneeuwde straten geploegd, te veel oplettendheid gebruikt, kou geleden, moeilijke dingen gezien. Genoeg gelezen, de buik volgegeten met taart en aardappelen, tentoonstellingen bezocht, landschappen aan me voorbij zien trekken, gesprekken met tieners gevoerd.

Lekker naar huis.

06 February 2010

Warum?

De afgelopen twee dagen dwaalde ik door München en dat was best leuk. Het is Duitsland dus alles komt me heel bekend voor maar het is niet Berlijn dus alles is nieuw en anders. Er rijden dikke auto's, er lopen (niet alleen oude) mensen in traditionele kleding rond, de Bräuhäuser zijn groot en luid en gezellig.
Toch moest ik me twee keer enorm opwinden. En dat komt me niet nieuw of vreemd voor, het is me zo vaak overkomen. Veel mensen in Duitsland (hopeloze generalisatie, so what?) hebben de gewoonte om andere mensen, die ze niet kennen, in de publieke ruimte dus, te vertellen dat ze iets fout doen, ook al schaadt dat foute niets of niemand. Opmerkingen die zacht worden gepreveld maar luid genoeg om door mijn hoofd te schallen. Twee telde ik er vandaag.
Nummer 1: bij het betreden van het Olympisch zwembad. Ik had wat haast en honger en dus ging de benenwagen snel. Een deur schoof open en er kwam een kind uit dat de deur voor mij openhield. "Danke", zei ik het kind. Het antwoordde: "das ist aber der Ausgang!", waarop ik mijn fout constateerde. De tweede, dubbele deur hield mij tegen en dus moest ik door de juiste deur naar binnen waarbij ik op de vader van het kind stuitte die me toeprevelde "ja, wer lésen kann.....!". Oja, want ik was een ongeletterde boer die zijn ogen in de smoezelige zak heeft zitten. Tuurlijk. Bedankt hoor, vader!
Nummer 2: bij het uitstappen uit de metro. Honger en haast aangevuld met haat voor de omringende massa. Het station binnengereden, het treintje stopt. Ik drúk een páár kéér venijnig op zo'n knop die niet echt een knop is maar die je alleen aan hoeft te raken. "Sie müssen nur einmal drücken", sist een oudje me toe. Fijn dat die oudjes ook met hun tijd meegaan.

De komende dagen met een groep tieners op stap. Garant voor nog zeker een paar onnodige achter-de-rug-toefluisteringen.

Dan nog dit: in het stijlvolle organische restaurant waar ik een lokale kaasplank at met een lokaal wijntje erbij (het Bräuhaus gisteren was vele malen leuker, helaas moet je je voor dergelijk lekker eten nog steeds aan vreselijkheden onderwerpen) nam een man plaats tegenover me. Hij zag er 'normaal' uit. Maar had EEN SALAMANDER MET GLITTERS OP ZIJN WANG GESCHILDERD. Ja, het mag carnaval wezen hier, maar deze heer was beyond carnaval. Hij vroeg ook nog of de kaas in de vitrine echt niet veganistisch was en at zijn gegrilde groenten met een heleboel, veel, onmengen, eh, Unmengen peper. Spice up your life in Munich.

05 February 2010

Oja, zo was dat, reizen.

Ik moest naar München en mocht kiezen: trein naar Rome-trein naar vliegveld-wachten op vliegveld-vliegtuig naar Karlsruhe-3 uur trein naar München of trein naar Rome-metro naar station-nachttrein. Ik koos voor het laatste: minder gesjouw met bagage, minder overstappen, niet overdag de hele dag onderweg zijn maar gerieflijk instappen en de volgende ochtend midden in München aankomen.

En daar lig ik dan, om half vijf 's ochtends. Het is heet in de slaapwagen. Mijn handen zijn klef en de deken die de trein heeft aangeboden ligt in een hoek te warm te zijn. Geslapen heb ik niet. Toen het licht nog aan was in het compartiment en ik nog een film lag te kijken was dat feit al meteen duidelijk: ik zou niet kunnen slapen. Oorzaak was de man die in Florence in het bovenbed aan de overkant ging liggen. Hij deed zijn schoenen uit en bood me tijdens de film de onverscholen onderkant van zijn grote, eeltige voeten. De man doet iets met film, zo concludeerde ik uit de boekjes over filmfestivals die hij las. De boekjes waren kort of niet boeiend genoeg en de man ging al snel horizontaal. Nog met zijn bril op en de voeten buiten de lakens stekend viel hij al snel in slaap. Dat hij hard snurken kon bewees hij ogenblikkelijk. Ook op zijn zij snurkte hij, en zijn mond was daarbij dicht. De film die ik aan het kijken was, de heel toepasselijke Darjeeling Limited, een treinfilm waarin niemand snurkt en er frisse drankjes geserveerd worden, kon ik al snel niet goed meer horen.

In Bologna stapten nog twee mensen in mijn compartiment. Een man en een vrouw. Ze gingen meteen liggen. De man sliep direct en was snurker van mindere klasse, maar compenseerde dat met mondlucht. De warmte in dit hokje, en daarmee de mondlucht, stijgt omhoog en raad eens wie daar ligt? De vrouw kan ook de slaap niet vatten: ik zie lichtjes van een mobiele telefoon blinken, hoor haar zuchten als filmman het erg bont maakt, hoor haar haar neus snuiten op een voor mij nieuwe manier.

Oordoppen had ik mee, evenals valeriaanpillen en mp3 speler. Niks mocht baten. Ik rijd langzaam Duitsland binnen in een donker hokje vol warme mensenlucht.

26 January 2010

Wat een feest


Sant Antonio was een soort eerste Christopher McCandless. Hij "gave away some of the family estate to his neighbors, sold the remaining property, donated the funds thus raised to the poor, placed his sister with a group of Christian virgins" (alle citaten van wikipedia). Hij wilde namelijk in de woestijn gaan wonen, want dichter bij die meneer daarboven kon je niet komen, zo redeneerde hij. De eerste heremiet, in z'n uppie in het zand. Desert Father vond hij wel een interessante naam voor zichzelf. Stel je dat echter niet te leuk voor. De duivel kwam natuurlijk ook langs met zijn trukendoos. "The devil fought St. Anthony by afflicting him with boredom, laziness, and the phantoms of women." Wat een rotduivel! Daarna besloot onze Anton maar in een stenen grafkist te gaan wonen, zodat de duivel niet met zijn takken aan hem kon komen. Aardige mensen schoven eten door een spleet naar binnen. Helaas, "when the devil perceived his ascetic life and his intense worship, he was envious and beat him mercilessly, leaving him unconscious". Ai. Gelukkig had Anton nog zijn aardige vrienden. "When his friends from the local village came to visit him and found him in this condition, they carried him to a church." Anton bleef zijn hele verdere leven nog verstopspelletjes spelen, die een beetje te saai zijn om na te vertellen. Je mag het zelf gaan nalezen op wikipedia.
Anton was een aardige snuiter die mensen hielp genezen van huidaandoeningen. Hij had daartoe de beschikking over een uiterst vernunftig middeltje: varkensvet. De bron van dat vet, een varken, hoefde niet op stal maar mocht vrij rondlopen in dorpen, mits hij een bel droeg.
Leuk verhaal, niet? Zo leuk, dat Sant Antonio eeuwen later nog steeds vereerd wordt. Of het nu is om zijn alleszins herkenbare worsteling met vrouwen en saaiheid, het leven in een betonnen doos of het rondlopen met een bellend varken? Dat laatste, vermoed ik.
In Collelongo (Abruzzo) wordt het Sant Antonio feest elk jaar in januari gevierd (16 en 17). De hele regio loopt uit om in de vrieskou liedjes te zingen voor ons aller Anton. En je krijgt gratis eten en wijn. Het eten bestaat uit maissoep die in een enorme pan staat te blubberen. Oude mensen scheppen dat in een bekertje. Is nog lekker ook. Je krijgt ook allerlei zoetigheden door oude mensen in je mondje gestopt, als betonnen spleet van Antonio. Iedereen staat in versierde kelders te vreten en het is best gezellig en lekker. En de wijn is helaas koud dus klok je die maar snel achterover met alle gevolgen van dien. Liedjes ga je er van zingen. Het was oprecht leuk.

Ook booskijkende alto's met blauw haar houden van een gratis feestje.


Muziek voor Anton die goedkeurend knikt en de soep op het vuur.




Dit is een remix van Padre Pio (een minder harde baas: "Hij kon streng tekeer gaan tegen gelovigen die in de biecht zonden trachtten goed te praten en ook tegen vrouwen die in minirokjes of mannenkleding (broeken) de kerk betraden. Door kinderen raakte hij altijd vertederd." Wel ontzettend vereerd in Italië, je ziet die kikkerogen overal) en Sant Antonio.


13 January 2010

Nederlands interieur

Als je ver woont, komt dit heel dichtbij.

Een knaagdier in een kooi en een kat in een doos in de vensterbank. Neplederen zwarte meubels die in een poging tot comfort voorzien zijn van kussentjes met verweerde overtrekken uit van die stugge stoffige stof. Een tafel bij het raam wordt gebruikt om spullen op te zetten, niet om aan te zitten. Hij biedt plaats aan en slordige plant, een verstikkend bosje rozen, een kleurige vlinder.

Op de helft van de zetel zit een vrouw, toegewend naar iets dat buiten de foto valt. Ik schat de TV. Gehuld in een te grote spierwitte fleecetrui en andere makkelijke kleding ('huispak' in de gruwelijke omgangsspraak) eet ze een boterhammetje met chocopasta. Bruin, want dat is gezond. Ontbijt of lunch? Een reclamefoldertje op schoot, de hand slaat de blaadjes om terwijl de ogen elders op zijn gericht.

Terwijl de zon het laminaat doet glanzen gluurt een ondeugend speelgoedpaard vanachter de bank en de zetel (die een innig samengeschoven geheel zijn gaan vormen) met een duistere blik de wereld in. Hij vermoedde al dat dit tafereel het zonder een spoortje van ironie tot Facebook ging schoppen.

(Foto dus van Facebook -niet de mijne- ontvreemd)

Edit: Hier volgde dus een foto van het tafereel. Ik werd teruggefloten door iemand die meende dat ik de foto (van een bekende) niet kon plaatsen. Wilde niemand kwetsen met iets onbelangrijks en dus is de foto weg. Als mijn computer Photoshop zou trekken zou ik het gezicht hebben bewerkt, maar de techniek is tegen mij. Ik schreef in de mail aan mijn vriendin:

"ik snap dat je het verkeerd kunt begrijpen, de bedoeling.
het ging me echt om het tafereeltje. dat je zo'n foto van jezelf op facebook plaatst. niet dat het tafereeltje belachelijk is, hoor. maar gewoon, iemand die iets ontzettend dagelijks doet, iets dat andere mensen niet op facebook zouden plaatsen. mensen plaatsen er foto's van hoe mooi ze zijn, coole dingen die ze deden. niet hoe ze half op de bank een broodje eten en een foldertje doorbladeren in het beetje troeperige huis (wie zonder zonden is....haha!). daarbij heb ik geen moment stomme dingen over haar zelf gedacht. ik wilde beschrijven dat het tafereeltje zo herkenbaar is, dat ik alle dingen die er getoond worden 'begrijp'. dat heb ik alleen in nederland, en dat vind ik zo fascinerend.
die kooi op de grond, die treurige plant, de tuinstoelen. ik heb het allemaal zo vaak gezien in nederland dat ik het meteen 'doorzie', het is ver weg en toch vertrouwd. in een nieuw land moet je dingen leren plaatsen. wat voorwerpen of kleding over mensen zeggen ."



09 January 2010

Debuut

Een week. De eerste week van het jaar. Een winterweek. Veel binnen gezeten, net als de rest van Europa. De sneeuwweek. Het komt m'n neus uit, en nu is het ook hier aangekomen. Het pleintje hield op met kletteren en smolt de zachtheid die erop neerdaalde. (Is er iets teleurstellender dan sneeuw die niet blijft liggen?) De wolken waarin de sneeuw kwam bedekken de bergen en geven mij iets van die Hollandse tweedimensionaliteit terug. Oh, een vlaag van nostalgie welt daarbij in mij op. Kijken tot je niet verder kunt zien. Een kennelijke metafoor voor het land. Ik mag die bergen wel, hoor. Kijk uit het raam terwijl ik tik en voel die wildernis. Ik weet wat er rondloopt, daarginds, en dat denkend maakt korte metten met die andere vlaag en maakt me sterk in het hier en nu.

'Wolf', het woord dat anderen niet meer van mij konden verdragen en 'sneeuw' het woord dat ik graag naar volgend jaar zou willen verbannen, als het weer spannend is.
Nog maar eens die wolven van stal halen dan. Ik moest ervoor bijlezen, stilzitten, de bergen inturen, me vermanen, vermannen, inhouden, verbijten.
Maandag belde National Geographic Italië. Woensdag moest ik een artikel af hebben.
Die stress van een heuse deadline, ik vind het prachtig. En maakte nog maar eens kennis met het verloop tot die deadline in mijn hoofd. Eerst: hoofd volproppen met informatie. Zuigen, zuigen, lezen, lezen. Alsmaar meer, teveel, onnodig. Dan: wachten. Komt het nog? Ik probeer het gewoon. Tik wat onsamenhangende onzin en schiet in de stress. Denk aan potentiële lezers, hoor andermans verwachtingen, mag het niet verkloten. Maar het lukt even niet, schrijven. Wanneer dan? Ik pak er nog een boek bij en duik het bed in. Vertrouw mezelf een maar beetje.
En: jahoor. Aan de ontbijttafel schieten de zinnen op het koffiebevlekte blaadje. Snel, opschrijven, ik volg mezelf niet meer! En de dag die voor me uitgestrekt ligt is er om die vodjes mooi bij elkaar te brengen. Aan het einde van de dag ben ik tevreden. Een waar artikel, een kop, een staart, eigen gedachten, korte citaten uit interviews, interessante feiten. Het wordt vertaald en gaat de e-mail in. Bier en pizza buitenshuis en glunderend.

Ach, het is voor het eerst, hè. En het is geen blog. Dus, wat gebeurt er? Een licht geraakte eindredactrice noemt het 'onzin'. Eigen gedachten mogen niet. (Ik volgde slechts het voorbeeld van de 'grote' NGM, wist ik veel. Niemand had mij ook maar iets verteld.) Al het moois wordt geschrapt en ik pleng een traan. Het verminkte artikel moet door mij bewerkt. Ik sputter, ik spartel, maar het moet toch. Nu belanden we in de categorie 'werk'. Voor de centjes. De volgende dag wordt het goedgekeurd. Geen spatje van mezelf vind ik terug. Wat citaten aan elkaar schrijven en met feiten opleuken, kan niet iedereen dat?

Zeuren mag ik niet van mezelf. Het is zo. Wil ik verdienen met schrijven, moet ik doen wat anderen willen. En hoop dat ik wat aanwijzingen krijg, volgende keer. Hopen mag ik wel. Dat ergens plaats is voor moois. Dat ik ergens zelf nog iets kan lezen waarvan ik leer. Dat een 'te moeilijk woord' niet wordt geschrapt maar wordt aangegrepen als kans om iets nieuws te leren. Dat foto's ook mooi kunnen zijn als het subject onscherp is, of door mist verhuld.

Het artikel wordt in februari geplaatst.

29 December 2009

Decemberdagen


In het lome niemandsland tussen het opgloeien voor en tijdens Kerstmis en de keiharde Rutsch in het nieuwe jaar dat leeg voor me ligt uitgestrekt, tussen overdadig gevulde tafels en lege koelkasten, tussen pakjes kopen, uitpakken en ze aan de kant schuiven, komt er lamheid opzetten. Even niet meer leuk hoeven doen en nog niet de kracht hoeven te ballen voor het nieuwe jaar. Alle weerstand even weg.
Dus zit ik vanavond weer voor het haardvuur na een diner van gekookt ei, wat hompen brood en een halve sinaasappel. Terwijl ik eigenlijk was uitgenodigd door vrienden een dorp verderop, waar de goede wijn altijd rijkelijk vloeit en er bijzonder eten op tafel komt. Maar ik weigerde; niet vriendelijk, want ik kon niet zo goed besluiten. Aannemen of afslaan? Wordt het leuk of niet? Ik was een beetje etentjesmoe. En er komt tegenwoordig een hindernis bovendrijven.
Ik weet niet of je, schaarse lezer van deze blog, hebt wat zo sjiek "buitenlandervaring" heet. Mensen scheppen erover op. Het zou verrijken, horizonverbreden, je CV pimpen. Goed en wel, maar ik kamp eventjes met de negatieve kanten ervan. Ik 'doe' het nu voor de tweede keer, me inleven in een nieuwe cultuur en taal en sociale omgang en al dergelijke zaken. De eerste keer fris, expres naief, liet ik het op me af komen. De taal ging aardig na een tijdje en als kroon op deze verrijking kwam de relativerende opmerking van een vreemde: "je spreekt wel goed Nederlands voor een Duitse". Hop, weg daar, biezen gepakt, nieuw land.
Deze keer wist ik het allemaal. Dat ik ontzettend verlegen ben met het leren van een nieuwe taal (waarom heb ik nog steeds niet doorgrond, taalgevoel heb ik heus wel). Dat het járen duurt voor je dingen in overzichtelijke categorieen hebt ondergebracht (loop maar eens een boekwinkel in in het buitenland: wat zijn de goede uitgevers? Welke auteurs worden de hemel ingeprezen maar zijn eigenlijk beschamend slecht? Wat behoort tot het canon? Wat is slechts een eendagsvlieg?) en een eigen infrastructuur hebt opgebouwd (Waar koop je onderbroeken? Hoe kom je van A naar B als je misschien C ook nog wilt aandoen?). Dat het erg lang duurt voor je de media hebt doorgrond (Wat zijn de namen die je moet kennen? Wie is toch die meneer X die telkens weer wordt genoemd? Wie heeft er een respectabele staat van dienst en wie is een schurk?). Dat die rare zinnen die je vrienden soms uitslaan eigenlijk citaten uit films zijn waarmee zij zijn opgegroeid maar jij niet en je een stom figuur slaat als je er op letterlijke wijze op reageert.

Niet makkelijk, hoor, een weg in de wirwar vinden, te moeten leren, categoriseren, onderbrengen, om iets van je omgeving te snappen. En dus geef ik het soms maar op, op deze slappe dagen. Die etentjes, het is allemaal gezellig, en mensen vinden me aardig, maar ik verveel mezelf dood. Mezélf, niet anderen. Koningin van de small talk was ik al nooit - ik observeer liever. Sociale vlinder, nou nee. Ik doe mijn best en het gaat best aardig, in het Nederlands, Engels en ook Duits. Maar etentjes in het Italiaans nekken me.


Italianen houden van etentjes, ze houden ervan nieuwe mensen te betrekken bij hun etentjes en ze houden van zo veel mogelijk monden rond de tafel. Dat betekent dus: als nieuw persoon word je graag uitgenodigd, en des te meer omdat ik mijn naam als dessert-maker intussen heb gemaakt. (Ook trouwens nog nadat ik zelfgemaakte taaitaai had meegebracht. Het brak bijkans tanden, maar de complimenten waren niet van de lucht.) Die monden staan nooit stil, lijkt het. Er zijn altijd meerdere gesprekken aan de gang, van de hak op de tak en met veel onderbrekingen gaat het van gesprek A naar gesprek B en C er nog even tussendoor, dit alles gelardeerd met mondvulling. Met volle mond praten vinden ze echt niet erg. En tussen al die bewegende monden beweegt de mijne alleen om er happen heerlijks in te doen. De oren doen het werk. Proberen uit de kakofonie een hopeloos geheel te maken. Willen gesprekken volgen die geen lijn volgen. Raken de draad kwijt als over de betekenis van een enkel woord wordt nagedacht. En dan nog die wijn, die over alles een lekker ontspannen sausje gooit waardoor de hersenen in ruststand gaan en de gesprekken wat gezoem worden. Dan leun ik achterover en kijk een beetje toe.
Ik doe af en toe wel verlegen pogingen tot gestamel, maar ik kom nooit snel genoeg op gang en voel een zekere meewarigheid in de ogen die me ineens állemaal aankijken. Om zich na drie woordjes van mijn kant weer op de overige gesprekspartners te richten. Niet kwaad bedoeld, hoor. Laatst probeerde ik me in een discussie te mengen. Discussies zijn echt de vijand van de taalverwerver. Je hebt een onderbouwde mening over iets maar mag die met vijf woorden gaan uitleggen. Kan het nog frustrerender? (Ik was ook heel blij toen ik in Duitsland notabene mijn brood ging verdienen met discussieren.)
Ik leun dus achterover en laat de wijn zijn werk doen. Knabbel nog wat aan mijn dessert. Wieg een beetje heen en weer. En dan komt de verveling. En de vragen. Ja, ik kan lief lachen en geinteresseerd kijken, maar wat zouden mensen van me denken als ik eens echt mijn bakkes opentrek en mijn mening geef? Of een monoloog te berde breng die heel saai gevonden wordt?

Ik heb even genoeg geleund voorlopig. Weet dat dit alleen maar gezeur is en ík degene ben die het beter kan maken, door drempels te nemen en lef te hebben. Maar in deze suffe dagen even niet. Te veel gesprekken, teveel wijn, teveel lekkers. Dus zit ik thuis en schrijf met mijn eigen taal, waarin ik alles kan zeggen wat ik wil, deze blog. Lekker, schrijven.

Werd trouwens geheel onverwacht verblijd met dit kerstcadeau. Gaat vast helpen.



11 December 2009

Te veel en te weinig

Het is een dag waarop ik maar wat rondsurf, sollicitaties schrijf, ideeen bedenk en in het algemeen wacht op antwoorden en aanmoedigingen die nogal schaars zijn. Heb gisteren een stuk fictie geschreven - mijn eerste - en ben in mijn nopjes, tevreden, er vol van, kan ik het? (Antwoorden blijven dus nog even uit.)
Op deze dag belt mijn vader. "Je moet je specialiseren", zegt hij. Geloof ik, maar waarin? Voorlopig hanteer ik nog maar even de strategie van de vele pijlen, ook omdat ik dat zelf leuker vind. Ideeen genoeg, en daar begint het, vind ik zelf. "Misschien moet je over Rome schrijven, niet over Abruzzo." Hm. Misschien woon ik niet in Rome en misschien vind ik de dingen die in Abruzzo gebeuren wel interessanter op dit moment. Bovendien word ik een beetje ziek van het gedweep met Rome. Die stad schijnt schrijvers aan te zetten tot dwepen, zwelgen, oude dingen telkens weer van stal halen. Ik moet nog even mijn weg vinden om dat obstakel te kunnen omzeilen. Rome is vast ergens ook jong en doet nieuwe dingen, en ik ben hard op weg om die te ontdekken (over de recente boekenbeurs laat ik me heel binnenkort uit), maar het valt niet mee bovenop gebeurtenissen te zitten als je niet vaak in een stad bent. In de toekomst plan ik meer, en langere bezoeken. Ben laatst weer door Pigneto gestruind en dát bevalt me. Een stuk stad met een meer twintigste eeuwse geschiedenis (google Pigneto en Pasolini), en jonge mensen die erin leven.
"Misschien moet je over kunst gaan schrijven", zegt mijn vader, bekend beeldhouwer. "Je kunt over mijn werk schrijven. Het filosofisch interpreteren." KUNST? Interpreteren? Filosofisch? Wie had het over specialisatie? Ik schreef ooit eens over kunst, galeriebezoek, dit was het resultaat.
Het enige dat er in mijn leven als kunst speelt is: mijn vader is kunstenaar (dit klinkt nog steeds gek na opgegroeid te zijn met een vader die dat lange tijd niet was). Ik heb vijf jaar in Berlijn gewoond waar je om kunst niet heen komt. Die stad leeft ervan en vernissages zijn er een must omdat je je vrienden toch wilt steunen. Een enkel museumbezoek in Rome.
Wat ik ervan denk, van kunst, is nogal rudimentair op dit moment. Eerste mening: ik hou van realisme. Harde foto's, schrijnende video's, goede portretten, dieren in hun eigen omgeving. Met abstractie kan ik niet echt uit de voeten. Tweede, daarop aansluitende mening: ik ben allergisch voor performance art. Heel mijn leven word ik al ietwat triest van toneel, theater, clowns, overdreven acteren. Moeilijk uit te leggen. Performance art heeft mij van triestheid in gruwen gedreven. Krampachtig grenzen opzoeken. Met blauwe yoghurt besmeerd over galerievloeren kruipen, of, de allerlaatste schokkende mode, onder het uiten van Grote Woorden of Moeilijke Muziek jezelf of een ander laten bloeden, toetakelen, met nietjes lichaamsdelen aan elkaar sluiten, het liefst ook nog in bijzijn van je tweejarige zoon. Nee. Nee. Nee. Buiten is het ook mooi en gebeuren er ook spannende dingen, zoals de reactie van buren op galerie-openingen. Kunst van jonge spannende kunstenaars (niet ironisch bedoeld) en performance art schijnen tegenwoordig niet zonder elkaar te kunnen.

Dit bedoel ik. Met dank aan Luisa Lapupazza, en no hard feelings ;)

Dát is hoe ik het ervaar. Hekel aan krampachtigheid, dilettantisme, gewilde gewaagdheid, overdrevenheid, dwepen, zwelgen, jezelf te serieus nemen. Soms ook verwonderd en verrast, daar niet van.

Filosofisch interpreteren van kunst? Moet je dat kunnen als je een studie politieke en sociale filosofie hebt afgerond? Als je nog nooit met esthetiek in de klassieke zin in aanraking bent gekomen om vanzelfsprekende redenen? Als je wel eens een verhaaltje uit je pen schudt waaruit blijkt dat je over dingen na kan denken of ze in een interessant kader kan plaatsen in redelijke bewoordingen? Als je nog aan elke aanmoediging van buitenaf krampachtig vasthoudt en er dagen verguld mee bent? Dan lijkt die opgave iets te gewild, iets te krampachtig. Ik ga me er mee bezig houden. Het lijkt me ook wel wat om als absolute dilettant mijn krampachtige dwepende zwelgende woorden in een kunsttijdschrift te publiceren. Als luis in de pels. En nu mijn vader even terugbellen.


02 December 2009

Dieren in hokjes

Taxonomie, de wetenschap van het indelen. Linneaus was er nogal bedreven in, maar ik moet zeggen dat ik er deze dagen ook een handje van begin te krijgen. De eerste nieuwe categorie waarmee mijn brein op een goede dag in het bos op de proppen kwam (bij het fotograferen van deze muis en deze hazelmuis), maar die al decennialang stilletjes op de loer lag (ijkpunt: een dierenartsvinger met daaraan een bungelende hamster) was de categorie van de Nerveuze Kleine Zoogdieren. Die willen niet stilzitten en maken me licht kriebelig. Vaak zijn het kleine knaagdieren (muizen, hamsters) maar ook van die kleine hondjes met trekkende pootjes doen een gooi naar dit hokje.
De mooiste categorie, waar ik onlangs op stuitte, en die maar één lid heeft, is die van het Minzieke Wonderdier. De kat. Dankuwel, Midas Dekkers (ik stuitte erop in zijn boek De Vergankelijkheid).
Er zijn de Boerderijdieren. Die komen meestal in een set in kinderhandjes terecht, en de afzonderlijke leden van deze categorie worden vaak maar raar bekeken: 'waar zijn de anderen'? De koe, het paard, het varken en de kip, een onafscheidelijk kwartet. Een heel ander gevoel krijgen we bij de Verguisden. Die stoppen we het liefst weg maar raken er aan de andere kant niet over uitgepraat, creeeren mythe na mythe en verspreiden onware schokkende informatie. De wolf, de rat, de spin, allemaal moeten zij dit lot ondergaan, terwijl ze heus geen kwaad in de zin hebben. Ze doen nou eenmaal wat in hun aard zit en werden met hun vervaarlijke tanden, harige poten en kale staart geboren (of kropen ermee uit het ei natuurlijk). Nauw verwant zijn de Onverwachte Opduikers. Die mogen we ook niet zo graag. Een schorpioen op de muur, een mug in de nacht, een vos in een donker straatje, een hond op een landweggetje. Schrikken ervan doen we op z'n minst.
De Neutrale Dieren - we weten er niet veel over, ze laten ons met rust en andersom, die dieren leiden hun leventje zonder uitstervingsbedreiging, uitbuiting, jacht of liefde. Ik kom niet zo snel op een voorbeeld...Ach, belangrijker zijn de Uitermate Geliefde Dieren. Met de subcategorieen A. om te knuffelen B. om te eten C. om anderszins uit te buiten (truukjesdieren, rijdieren, vachtdieren). Aan deze dieren denken we het liefst.
Allemaal echter eindigen ze onherroepelijk in de allerbreedste categorie: de Dode Dieren. Met tranen begeleid naar de laatste rustplaats, juichend op het bord ontvangen, stilletjes langs de weg rottend, anoniem in het bos opgevreten wordend.

De Dode Dieren, ik denk er de laatste tijd veel over na. En vooral over dat inmiddels beroemde paard, dat nu geen paard meer genoemd kan worden eigenlijk, omdat vele magen het compleet verteerd hebben. En daar lag nu juist het probleem.
Het was onbekend hoe dat paard aan zijn einde was gekomen. Dood was het toen we het aantroffen, met een gat in de buik, een hap uit de kont, een versnaperd oog en bloed uit de mond. Geen duidelijke sporen van de doodsoorzaak. Wij toen te verbouwereerd door de wolf om er een foto van te maken.
Zodoende werd er pas de volgende dag, nadat talloze dieren zich tegoed hadden gedaan aan het verse vlees, fotografisch vastgelegd hoe dat beest er dood, dooier, doodst lag te wezen. Hier ben ik. (Sorry, waarschuwing: het is nogal ranzig, en ja, ik zie er bedenkelijk uit, maar het was koud...)

Wat later kwam de vraag maar al te zeer op: hoe kwam dat vermaledijde beest aan zijn end? Officiele instanties (het Nationale Park) waren ingeschakeld, en die wilden dat graag weten. Fotografisch materiaal werd opgestuurd en beoordeeld. Iets duidelijker werd, dat er waarschijnlijk ook een beer bij was geweest (te herkennen aan teruggeslagen huid van het karkas). De belangrijke vraag die in de lucht hing was echter: was het paard vergiftigd? Dat gebeurt namelijk nogal eens hier in de regio, en dát zou de dood van vele andere dieren betekenen. Niet alleen die ervan gegeten hebben, maar ook die weer van hén eten. Beren, wolven, vossen, vogels, muizen, verzin het maar. Geen antwoord op die vraag dus, de tijd heeft het ons geleerd. Er zijn geen andere gestorven dieren gevonden.

Om ook nog maar even op die wolf terug te komen (ik zou hem bijna heel melig stokwolfje gaan noemen): hoe moeilijk het is om zo'n beest te zien te krijgen toont onderstaande filmpje (ook ranzig). Drie maanden lang werden er dode schapen geregeld, voor hutjes gelegd, 's nachts hoopvol begluurd. Alles zonder vruchten af te werpen. Wolven schijnen hun omgeving bijzonder goed te kennen en te weten dat een bepaalde auto bij de herder hoort die elke dag zijn routine afwerkt. Komt er een andere auto met meer mensen, en ligt er ineens een schaap klaar, dan neemt hij de benen. En schaart zichzelf daarmee onder de Aanwezige, Maar Onzichtbare dieren. Daarvan zijn er heel veel en dat is maar goed ook.

De video dus. Ook ranzig, maar het internet heeft ons allen daarin toch wel gehard. Een dood schaap werd naar een hutje gesleept om er dus níet te worden opgepeuzeld door wolven. (Wel, niet door mensenogen gezien, eigenlijk.) De barre tocht van het schaap (hoor je de ribben tegen de stenen slaan?) deed mij ogenblikkelijk aan Cormac McCarthy's indrukwekkende, prachtige, keeldichtknijpende, geniale boek The Road denken (LEES HET!). Die leegte, de dood, hoop op iets goeds. En aldus.

17 November 2009

Dood paard op het toneel

Op weg naar het paardenlijk kunnen we niet vermoeden dat er een explosie van wildernis op ons wacht die ons met snel kloppende harten, tranen in de ogen en kriebels in de buik gaat achterlaten.
De auto schudt me zachtjes wakker, het is tenslotte nog vroeg en donker, en dromen doe ik niet meer. Verwachtingsvol realistisch, zo zou je mijn gemoed kunnen omschrijven. Wat kan er tenslotte gebeuren in een vrijwel verlaten gebied, waar een brok vers vlees ligt dat niet wil wegrotten maar verzwolgen wil worden door hongerige kaken en snavels, en waar ik geen twaalf uur ervoor Mijn Eerste Wolf-waarneming deed? Meestal niets, zo gaat de ervaring, die het 'maar misschien toch wel' van de verwachting overschaduwt, maar niet genoeg om op de tenen naar betreffende plek te sluipen waar het allemaal zou kunnen gaan gebeuren.

Ik vlij me in het natte gras op de helling die uitzicht biedt op het paard. Mag vanaf nu niet meer groots bewegen. Er is al wat meer licht aan de hemel, maar de vallei wordt door mist gedomineerd die het paard verhult.
De eerste waarneembare gestalte zit hoog op de helling tegenover me die helder tegen de hemel afsteekt. Het is een steenarend, een enorm silhouet met een volle buik. Kraaien en raven scheren over de arend heen. Terwijl ik de vogel bestudeer die ik nooit eerder zo dichtbij had gezien, voel ik een grote aanwezigheid op me afkomen. Horen doe ik het ook, en tenslotte kan ik zien wat er zo dreigend in de mist schuilging: een kudde koeien. Ze grazen onder me, rechts van me, achter me, en ik, op de heuvel gezeten, voel me zo klein als ik ben voor een koe. (Voor koeien ben ik met recht een beetje bang, ze kunnen op je af stormen en je hard schoppen of verpletteren.)
Gelukkig komen daar de volgende spelers in dit schouwspel door de lucht glijden. Vale gieren, en het zijn er veel. Eerst hangen ze aan hun enorme vleugels hoog in de lucht, waarbij alleen hun kop heen en weer gaat om met hun uitstékende ogen te kunnen bekijken wat er beneden gaande is. Dan worden de cirkels steeds kleiner en uiteindelijk landen ze op de helling tegenover me.
Eén koe komt te dichtbij en snuift. Dit is eng, maar ik mag niet opstaan om haar weg te jagen, omdat al het andere momenteel zo spannend is. Dan zwiep ik maar een beetje met mijn armen. De koe houdt het voor gezien en graast op een afstandje verder.
Het toneel en de spelers zijn opgesteld. De kudde koeien beweegt zich in een halve cirkel steeds dichter naar het paard toe (dat immers op hun doorgangsweg ligt). De gieren landen één voor één op de helling. Het paard is nu half omringd door zo'n zestig dieren, waarvan de helft rustig graast, de andere helft hongerig zijn blik op het paard richt. Ik bevind me nu buiten die kring en voel me gerechtvaardigd buitengesloten. Die dieren zijn gelukkig niet in mij geinteresseerd, maar doen wat ze elke dag doen. Eten zoeken, eten.
Lang tijd om deze wonderlijke situatie te overpeinzen heb ik niet. Er is een reden voor de omsingeling van het paard. Een reden dat de koeien nu niet verder grazen en dat de gieren alleen maar ineengedoken kíjken naar het paard. Dat er zoveel dieren en twee mensen voelen dat er iets aan de hand is.
De mist trekt nu langzaam weg, als theatergordijnen inderdaad, en nu kan ik het paard zien. En iets groots, grijs dat er aan trekt. Een wolf. Een Wolf. DE WOLF!
Nutteloos bombastisch gezwelg in grote woorden en metaforen is absoluut fehl am Platz. Ik kijk nu naar een dood paard, een wolf, 30 tot 40 gieren, een kudde koeien en een heleboel kraaien, raven en eksters. Die optelsom. Dit alles. Het is prachtig en ik weet dat mijn waarneming nu uiterst kwetsbaar is. Hoe lang blijft die wolf daar? Rent hij snel weg? Was dit het? Deze onzekerheden zuigen de eigen ogen waarmee ik alles aanschouw de verrekijker in.
Het is nog niet afgelopen. De wolf trekt aan het paard, zijn kaken scheuren stukken vlees van het kadaver, zijn kracht laat de paardenbenen schokken. Ik kan de wolf ook horen: zijn klappende, malende kaken. Het scheurende vlees. De wolf snuift van inspanning, schrokt de stukken vlees en gromt naar de gieren.
De koeien zijn intussen telkens een stukje dichterbij gekomen en tonen zich niet al te bang. Twee koeien stellen zich achter de wolf op en kijken met hun domme koeienogen op twee meter afstand naar de wolf en de andere koeien, wachtend tot het voorbij is en ze weer gewoon verder kunnen grazen zonder dat er een voor hen levensgevaarlijk dier in de weg staat.
De wolf draaft een paar keer om het paard heen. Zijn staart tussen de benen als hij de gieren nadert, op een afstandje van ze draait de staart dan weer een ontspannen rondje. Hij loopt een stukje over de weg en dan de helling hoog. Buigt zijn kop een paar keer in het gras om zijn snuit te poetsen. Kijkt een paar seconden uit over de vallei en likt met zijn tong nog wat bloed van de snuit. De gieren zijn nu als mallen op het paard gedoken en willen ervan eten. De wolf rent op ze af en ze fladder-lopen met hun onhandig grote vleugels snel weg. Weer loopt de wolf een stukje de weg op en dan een stukje naar boven. Maar nu onze kant op. Hij draaft op zijn dooie gemakje naar ons toe. Ik laat de verrekijker zakken en zie zijn dikke vacht in de wind wapperen. De karakteristieke snuit. De felle oranje ogen. De zwarte streep op zijn voorpoten. Op vijftig meter van mij vandaan drentelt een wolf en hem schijnt de aanwezigheid van twee mensen niet bijzonder te storen. Kijkt een paar keer onze kant op.

En verdwijnt dan in de mist. De wolf, die uit de mist tevoorschijn kwam er en weer in verdwijnt.


Epiloog: De gieren doken uiteraard op het paard zodra de wolf zijn hielen had gelicht. Er hing weer zware mist en het glimmende ochtendlicht maakte plaats voor een dreigende duisternis, passend bij deze scène. Talloze enorme aaseters die vochten om een stukje vlees. Brokken vlees die in het rond vlogen, vechtende vleugels, kale bebloede koppen. De gieren aten een goed half uur van het paard en waren toen zo volgevreten dat ze niet meer konden vliegen maar huppend de helling opklommen om boven de mist hun vleugels breed uitgespreid te laten drogen in de zon. Van de wolf geen (door mensen waarneembaar...) spoor meer, ook niet dezelfde avond en de volgende morgen. Wel vossen, de adelaar, en talloze kleinere vleesetende vogels. Het paard, vermoedelijk zaterdag of zondag gestorven, was dinsdagochtend op de botten na (die eten alleen lammergieren, die niet in Abruzzo leven maar er zullen worden geherintroduceerd) totaal verslonden.

Er zijn ook foto's gemaakt. Ze zijn heel mooi, bijzonder, maar helaas nog niet beschikbaar...


16 November 2009

Een wolf keek naar mij

Uitgebuikt na de zondagse lunch besloten we, heel zondags, nog even naar buiten te gaan. Nog anderhalf uur zonlicht restten ons en de bestemming was nog onbekend. Een stadje om wat te gaan drinken? Wat langer in de auto naar een afgelegen vallei? Wat korter in de auto maar een stevige wandeling? Eenmaal in de auto wordt voor een gebied gekozen dat niet ver van huis is en verscholen ligt achter een lelijk windmolenpark en electriciteitsmasten. Niemandsland.
Niemandsland voor mensen. 'Dit is een goed gebied voor wolven. Zou leuk zijn een wolf tegen te komen. Al is het maar een halve, ' schamperden we. Wolven vind je tegenwoordig door heel Abruzzo in groten getale maar ze te zien krijgen is niet eenvoudig. De beesten beschikken over zulke vernunftige waarnemingsorganen en schutkleuren dat ze je weliswaar het gevoel van hun aanwezigheid gunnen, als mistwolkjes door het landschap trekkend, maar slechts zelden een empirische constatering daarvan.
Vanuit de schommelende auto vergapen we ons aan het landschap, verrassend mooi. De asfaltweg wordt steen, de omgeving leeg, verlaten, open, wild. Er waait een venijnig koude wind, de hemel bereidt zich voor op een mooie zonsondergang. Stenen, gras, koeien, paarden.
De koeien drinken bij een poel. Een groepje paarden rent de helling naar beneden. 'Misschien zijn ze ergens bang voor.' 'Ach misschien hebben ze gewoon dorst of zin om te rennen.'
Een bocht verder ligt een bonk gestalte op de al wat schemerige weg. Een paard. Gewond, slapend? Nee, morsdood. Een flink paard, net naast het weggetje. Bloed uit zijn mond en een oog missend - kraaien. Een slinger darm strekt zich meterslang uit over het gras. Andere darmdelen puilen uit een gat in de buik. Zondagmiddag en we kijken naar een bloedend paard. Opgetogen roepen we: 'Daar komen wolven en andere dieren op af, een buitenkans!'. Alleen maar voor de vorm kijken we de helling hoog, misschien valt er wat te zien? Twee oren steken in het naderend duister boven een partij stenen uit, hoog op de helling. Een wolf. Een Wolf! Mijn eerste wolf-observatie!
Wij turen naar de wolf en de wolf kijkt naar ons. Hij verdwijnt na een tijdje achter de helling en opgetogen, blij, uitgelaten, laten we het dode paard achter. Tot morgenvroeg, paard.

(Sorry voor de slechte foto, het was de enige camera die we bij de hand hadden. Maar als je op de foto klikt zie je boven de stenen iets uitsteken: de wolf.)

07 November 2009

Eigenaardigheden

Vergelijkingsmateriaal. Dat hoopt zich momenteel op. Verhuizen van het ene naar het andere en dan nog een derde land betekent veel dingen achterlaten en vergeten maar ook verzamelen en onderbrengen in categorieën. Er heeft zich langzaamaan een categorie gevormd die ik 'eigenaardigheden' noem. Dingen die je niet netjes verzameld in stedengidsen leest (wat ik eigenlijk toch al niet doe) en die iedereen die gewend is op een bepaalde plek te wonen voor lief neemt.


De verschillende methoden om de deur van een appartementencomplex te (laten) openen en brieven aan te laten komen.
In Parijs wordt je cijfergeheugen op de proef gesteld. Daar kun je alleen de deur open doen door een code in te typen. Er zijn geen deurbellen met namen aan de deur, zodat je niet even kunt aanbellen en kunt vragen of je vriend/vriendin meegaat een bier drinken. Hoe deden mensen dat vóór de mobiele telefoon? Middeleeuws omhoogschreeuwen?
Berlijn heeft gerieflijk de namen aan de deur, maar je moet daar weer weten in welk deel van het gebouw degene woont die je wilt bezoeken. Afkortingen als SF, VH, HH (Seitenflügel, Vorderhaus, Hinterhaus) moeten in je geheugen zitten, anders loop je 5 etages (en die zijn hoog in Berlijn met zijn hoge plafonds!) voor niets omdat je in de verkeerde vleugel van het gebouw was. Vrienden wonen er trouwens steevast op de vijfde etage en liften zijn er nauwelijks in Berlijn. Houdt je fit, en geeft je altijd een goede reden om naar buiten of op bezoek te gaan - anders ging je namelijk niet!
Berlijnse brievenbussen zijn wat moeilijker. Als niet de naam van de ontvanger precies op bus en envelop staan, wordt de post niet bezorgd. Appartementen zijn er niet in A-Z verdeeld. Het hele gebouw deelt één cijfer-nummercombinatie en daarom dient de naam als enige indicatie richting juiste bus. De postbode is onverbiddelijk.
Rome kent nog een portierssysteem en dus zit overdag een man (vaker dan vrouw) in een hokje, begroet je en geeft informatie over waar je moet zijn. De buitendeur staat wijd open en aanbellen hoeft dus niet. Probleem in Rome is het verlaten van het gebouw. Om de buitendeur te openen moet je een knopje vinden dat die deur opent, maar het lijkt wel of Romeinen er schik in hebben die knopjes te verbergen zodat je verloren door de gang dwaalt. Nog niet zo erg als in Praag trouwens, waar buitendeuren alleen met sleutels kunnen worden geopend en gasten hun bezoek altijd persoonlijk moeten komen afhalen en ook weer naar de deur moeten brengen bij vertrek. Lastige situatie als gastgever ligt te slapen, de sleutels onvindbaar zijn en het buitenleven lonkt. In ruil daarvoor zijn er weer overal liften.



Openbaar vervoer
In Berlijn kun je op de BVG website minuut-genau vinden hoe laat je bus/metro etc. vertrekt. En dat doen ze dan ook, eenmaal bij de halte aangekomen. Helaas wordt deze precisie betaald met, juist, precisie. Kom je aanhollen als de bus net de deuren aan het sluiten is, kom je er niet meer in. De buschauffeur antwoordt op smeekbeden met een bits hoofdschuddend 'nein' en kijkt daarna weg. De bus is er om op tijd gereden te worden, niet om passagiers mee te nemen. Stromende regen of haast maken een bus niets uit.
Kijk je voor de Romeinse vervoermiddelen op de ATAC site en voer je je reis van A naar B in, krijg je de route keurig netjes berekend. Hoe lang je erover doet weet echter niemand, ook niet de ATAC. Dienstregelingen bestaan in Rome niet. Je reis wordt in aantal haltes uitgedrukt. De tijd tussen die haltes varieert met verkeer, weer, smekende haastige natgeregende passagiers en dergelijke factoren. Kaartjes koop je niet bij de chauffeur. Die koop je meestal bij een tabaccaio. Na de lunch wordt het wat moeilijk met het bemachtigen van een kaartje. Winkels gesloten vestig je de hoop op het vinden van één van de schaarse kaartjesautomaten die in uitverkoren bussen zijn opgehangen. Daarvoor moet je de bus natuurlijk al betreden hebben en als de automaat afwezig is en je na een half uur op de bus wachten eindelijk in de bus zit, wat doe je dan? Uitstappen, naar een geopende kaartjesverkoopplek zoeken en weer een half uur wachten?

Ook Nederland heeft zijn eigenaardigheden, waar ik natuurlijk mee ben opgegroeid en die ik als referentiekader heb aangenomen. Sommige dingen zijn echter veranderd nadat ik in het buitenland ben gaan wonen. Zo kun je in Nederland geen losse postzegels kopen bij het postkantoor (elders weet ik eigenlijk niet...). Alleen boekjes. Als je er dus eens op bezoek bent en je een kaartje naar een vriend wilt sturen, doe je er beter aan je andere vrienden ook met een kaartje te verblijden. Anders word je opgescheept met postzegels die je natuurlijk nooit gebruikt buiten Nederland. En de volgende keer dat je er bent natuurlijk thuis in de la hebt laten liggen.

Dit schreef ik trouwens twee jaar geleden elders al over postzegels:
"Now I don't want to dig for comparisons between countries. Yet I have observed some things. You miss out on the smallest but annoying things when you emigrate. I just went to the post office to mail a letter to the university. I went there because I didn't have a stamp. The woman told me 'it's a normal stamp, 44 cents, do you have one at home?' Well, would I go to the office if I had? 'No, I'm here to buy one', I said, still in my role as friendly customer. 'Haha, one, that is not possible', she replied in her thick North-Holland accent. 'Eh, what?' 'We only sell them in books of 10'. 'But, but, I live in Germany so only really need this single stamp', I tried my 'exceptional circumstances' on her. But the nice thing about the Dutch society is, is that it is so egalitarian: hierarchical exceptions are not made and it's hard to impress people in a society which says 'Be normal, then you're crazy enough'. On the other hand, i also noticed I miss this. Living in Germany, where you have to call your co-workers 'Frau/Herr XXX' and use the formal Sie, no matter how long you have been working there (the worst feeling I get at Schlecker, where people greet each other with 'Tag-chen' and 'Hallöchen'). Always this formal distance made up for with stupid Verniedlichungen (at least the Dutch do this consequently!). No, here you call anywhere, or walk in any office building and people will use the informal 'jij' and call you by your first name soon."

Het zijn de kleine dingen die ervaring tot hun beste vrienden rekenen.

NB De afgebeelde voorwerpen zijn teasers voor een komend stukje.

01 November 2009

Fotostory in weinig woorden

Een spannende fotostory volgt, zoals beloofd.

Aangekomen in, nee, op Sicilie wachtten er ons de volgende situaties. Links een plaatje vanuit de bus met mobiele telefoon geschoten (als alle volgende foto's, overigens), die de professionele natuurfotograaf naast mij deed sidderen met het missed chance gevoel, want geen professionele uitrusting voorhanden. Bovendien trok het schouwspel met zo'n 100 km per uur aan ons voorbij. Het betrof een laaghangende regenboog die als een deken over het dorpje in de verte lag en het deed gloeien met alle kleuren van de regenboog, haha! De tweede situatie die we aantroffen deed ons wat triester stemmen. De "tentoonstelling" bleek zich nog in de bouwmarkt-fase te bevinden: in dozen, zonder ophangspullen.



Hier is De Artiest kundig aan het werk. We vervloekten de situatie maar prijsden onszelf gelukkig met de door de jaren heen vervorven DIY-punk-skills. De eerste foto toont ons aanvankelijke ophangsysteem, dubbelzijdig klittenband, dat later door zwaartekrachtwerking met visdraad en haakjes werd verbeterd. Daaronder ons ingenieuze meetsysteem om de foto's op gelijke hoogte en breedte op te hangen. Karton dus, in repen geknipt met een geleende schaar. Let in beide foto's op de artistieke details: een nonchalante sjaal om de nek, en een geleend oranje doekje over de schouder, beide met de intentie geen vingerafdrukken achter te laten (je weet immers maar nooit).


De volgende dag was een nieuwe dag en zag de tentoonstelling eruit als, ja, een tentoonstelling. De beurs was begonnen en genoemde tentoonstelling mocht worden bekeken. In theorie. In de praktijk keken wij vooral of de foto's niet naar beneden waren gedonderd, alle andere bezoekers waren vooral in technische snufjes en lillend damesvlees geinteresseerd. Oh, en er waren ook nog twee presentaties van het Ticha project. U ziet in de volgende foto de professionaliteit waarmee dat gepaard ging. Het elan van een verklede parkeergarage, talloze bezoekers en op stoelen getroond projectievlak en audioapparatuur.



Maar ach, we waren op Sicilie, en de tijd die we er buiten parkeergarages en transferbusjes verbrachten was prachtig. Een mooi uitzicht geregeld: vanuit de hotelkamer en vanaf het amphitheater. Catania verraste door redelijke authenticiteit en mooie gebouwen.


29 October 2009

Taormina

Een weekeinde op een eiland genaamd Sicilie. 'k Was er niet voor het eerst. Palermo liet me zulke goede granita's liet eten dat ik ze nadien, voor altijd verwend, nooit meer at. Ik dronk er koffie in een wijk waar oma's hun boontjes zaten te doppen en de geiten de restjes aten. Enorme tonijnen lagen er op marmer uitgestald en over de fruitmarkt zullen we het ook maar niet hebben. Linosa, een waarlijk klein eiland ten zuiden van het grote, deed me tien dagen lang Boudewijn Buch voelen. Bij wind geen boot en geen eten. Vreemde vogels waaraan mythen worden toegeschreven. De zee vervaarlijk bonkend op de rotsen en lieflijk in natuurlijke, ongelooflijk heldere zwembadjes temidden van diezelfde lavarotsen.

Graag dus ging ik er terug, deze keer toog ik naar Taormina en verwachtte er ongeveer hetzelfde. Taormina ligt onder de Etna en aan de zee. Het is er prachtig, vooral gezien vanaf het Griekse amphitheater dat al duizenden jaren een spectaculair uitzicht biedt. De stad heeft een eenvoudige infrastructuur: er is een lange winkelstraat en dan heb je het ook wel gehad. Die straat voert uiteraard langs geweldige pleinen, een cathedraal en enkele stadspoorten. Je kunt er talloze malen langlopen en je nog steeds niet vervelen.
Hoewel. Schoonheid moet gedeeld, vinden de toeristen die met jou die straat afslenteren. Er waren veel Duitsers en Amerikanen die het leuk vinden om stomme t-shirts en lelijk porselein met bloemetjes te kopen dat gebroken thuis gaat komen. Ze houden van 'Italiaans eten' en dus staat er overal heel gerieflijk 'pasta carbonara' en 'pasta bolognese' op het menu. Kan niet missen.

Voor een elitaire veritaliaanste is dit allemaal wél vervelend. Waar zijn de Taorminianen en waar eten ze? Ik wil geen pasta bolognese, ik wil Siciliaanse keuken! De eerste dag was het een heel gezoek en kwamen we terecht in een tentje waar een restaurantgenoot heel hard in zijn neus zat te pulken. Eén pasta alla Norma mocht toch wel gegeten worden en was niet eens zo slecht.

Gelukkig, in dit opzicht, was er het eigenlijke doel van het Sicilie-bezoek: de grote fotobeurs Click-up. Er reed een pendelbusje van de parkeergarage vlakbij het hotel tot aan die beurs. Wat ook in een parkeergarage was met de klinkende naam Pala Lumbi . Binnen was het met tapijt en veel lichten wat opgeleukt, maar omhoogkijkend en de trillingen van parkerende auto's voelend kon het toch niet missen. Op die beurs stonden veel dure speeltjes voor mannen die zich serieuze fotografen voelden. De echte serieuze fotografen waren kennelijk thuisgebleven. Mannen en dure technologische speeltjes; raad eens welke rol vrouwen er vervulden? Juist, evenzo speeltjes. Opgetut en uitgedost en flink be-borst wankelden ze er rond, breed lachend assistentie verlenend bij het over-speeltjes-praten.
Dit spektakel drie dagen lang, en dan heb ik het niet eens over de organisatie die nogal te wensen overliet. De tentoonstelling van vriend's foto's bleek zich bij aankomst nog in dozen te bevinden zonder spullen om ze op te hangen. De presentatie werd gehouden op een stuk plastic met licht dat er van bovenaf op scheen, geschreeuwd omdat de audio in onze ruimte niet werkte en die van de buurman wel. Ach, de vijf bezoekers die het hokje hadden kunnen vinden vonden het best aardig.
Deze treurnis moest worden gecompenseerd met eten. De beursgenoten wisten gelukkig wél waar een Italiaan in Taormina goed kan eten, en zo geschiedde. Aanraders:
Ristorante L'Arco Dei Cappuccini - vis. vis. vis. En goede pasta en fantastische parmigiana di melanzane. Daadkrachtige hoffelijke obers (een vrouw wil ook wat).
0942 - Als 'steakhouse' aangeprezen waren we er al voorbij gelopen. Maar zoals veel restaurants hier lijken ze een geheime menukaart voor Italianen te hebben en er kwam veel lekkers op tafel.
Casa Niclodi - Die een goede Merlot serveerden en interessante pizza's (met een knipoog van de pizzabakker). Plus stevige, donkere chocoladepudding.

Na drie dagen van parkeergarage tot parkeergarage (met lonkend uitzicht op de lager gelegen zee) afgewisseld met door toeristen heen manoevreren, was een kort bezoek aan Catania welkom. Gadegeslagen door een dikke man in een wit hemdje at ik een arancina. Ook hij bediende zich vanf zijn balkon van een speeltje: een verrekijker.

PS Foto's volgen

24 October 2009

Voorgedrongen

Vliegveld Rome Fiumicino, 7.45. Om 5.45 opgestaan na luttele uren slaap. Het vliegveld is warm en druk en de rij voor de koffie-kassa te lang voor mijn ongedurige verkouden hoofd.
Aan de bar gaat het snel. Bonnetjes vliegen in het rond en er is het vertrouwde gerinkel van kopjes, schoteltjes en lepeltjes. Snel zijn is hier het devies, anders is een ander je voor - dat geldt vaak in Rome, waar gehaaide oude vrouwen gebruik maken van mijn weifelende Italiaans.
Deze ochtend niet treuzelen, bonnetje in de strijd gooien. Naast me staat een vrouw die wél weifelt. Ik herken haar na korte inspectie als Nederlandse. Een man heeft zijn koffie op en er wordt een plek vrij, die de vrouw niet ogenblikkelijk inneemt; daar wappert mijn bonnetje al door de lucht, 'caffè macchiato' erbij gezegd en een paar seconden later staat daar al het kopje.
De vrouw kijkt me verbouwereerd aan, met een mengeling van onzekerheid en verbazing. 'Do you have to pay first?', vraagt ze met een onmiskenbaar Nederlands accent. 'Yes', zeg ik, zonder haar ook maar een seconde aan te kijken - de koffie smaakt uitermate goed en ze leidt me daarvan af.
Op, gaan. De vrouw blijft in mijn ooghoek wat verloren staan.

Ik haast me naar de gate met een slokje lekkere koffie in mijn maar met een rotgevoel erbij geserveerd. Sinds wanneer ben ik zo kortaf? Ik zag toch dat die vrouw volledig overrompeld was, waarschijnlijk haar eerste stappen in Italie nemend, en het zo niet opschoot voor haar? Waarom kon ik niet even aardig doen? Hoeveel mensen gaan er niet zo door mijn leven, zonder enige scrupules en staan er niet eens bij stil?

Ik ben mezelf voorgedrongen.

12 October 2009

Genomineerd!


Ik had mezelf heel onschuldig en nietsvermoedend opgegeven voor de Dutch Bloggies award 2009, en nu zag ik tot mijn grote verbazing dat ik op de nominatielijst sta! Geweldig! Dus: registreer je en stem op mijn blog!



Groeten uit Berlijn overigens, waar ik scholieren van de Amerikaanse School van Casablanca de stad laat zien. Het weer is vreselijk (regen, wind, koud, nachtvorst) maar de groep is leuk en Berlijn als altijd interessant. Nu heb ik koude natte voeten en moet ik maar eens douchen.

Thuis schijnt het trouwens te gaan sneeuwen vanaf vandaag. Misschien wacht er wel een meter sneeuw op me. De bomen hebben hun blaadjes nog!

06 October 2009


Aiaiai, haven't had time to update my blog recently. I had many visitors this month, going up and down between Abruzzo and Rome, and just before the first visitor arrived, I heard about a chance to write and article for a big magazine. Since then, things have been crazy. I have been going up and down Campo Imperatore numerous times to do research and interviews. Everything about wolves and shepherds and sheep in this fantastic place. Spent an amazing night there under the moon and the stars with fire, wine, fresh huge mushrooms and good interesting company, with 600 sheep sleeping nearby and big shepherd dogs sleeping even nearer...
Meeting shepherds and sheep is much, much easier than seeing a wolf, I learned (not that I thought otherwise). The wolves are there, there is proof of their presence every day with sheep killed and sightings by others, but I didn't see one with my own eyes yet. They are around, on these big empty hills, hiding in the grass, hunting silently .

Tomorrow I will leave for Bassano del Grappa and after for a week of work (and friends, and cakes, and Quark, and Spätzle, and beer, and a lecture by Bruno Latour) in Berlin.

PS I'm quite happy to announce that also this is Italy (found in Avezzano)